Een leven lang leren

Een leven lang leren

Dick de Wolff is algemeen directeur van de faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht en sloot De Grote Professionaliseringsdag samen met Ferd van den Eerenbeemt af. Hij werkt al bijna veertig jaar in het onderwijs en heeft veel zien veranderen. “Bijblijven is van groot belang. We zitten met het dilemma dat de ontwikkelingen maatschappelijk sneller gaan dan in het onderwijs zelf. Als we niet goed opletten, lopen we achter die ontwikkelingen aan in plaats van dat we meehelpen om die ontwikkelingen vorm te geven”, zegt De Wolff. “Er zijn nu ontwikkelingen gaande die net zoveel impact hebben als het op de markt brengen van de eerste stoommachine ooit heeft gehad.”

De Wolff startte zijn loopbaan in het onderwijs als leraar Nederlands en Engels en vervulde daarna talloze adviserende en leidinggevende functies binnen het primair, voortgezet en hoger onderwijs. In januari 2007 trad hij in dienst van de Hogeschool Utrecht als directeur van de faculteit Educatie. ‘Een leven lang leren’ is een uitspraak die gerust met De Wolff in verband gebracht mag worden, aangezien hij al 37 jaar in het onderwijs werkzaam is en de tijd niet stilstaat. “Professionaliseren begint bij jezelf. Het gaat over jezelf en over de vraag die in iedere onderwijsloopbaan van belang is: wie ben ik, wat kan ik en wat wil ik? Dat zijn vragen die iedereen aan zichzelf en aan anderen moet stellen”, zegt De Wolff. “Ik vraag dus ook feedback aan studenten, collega’s en mijn leidinggevende.”

360 graden feedback
Hiermee doelt De Wolff op het 360 graden feedback-principe. Deze methode wordt gebruikt om een individu te beoordelen met behulp van meerdere beoordelaars. Het doel is om een zo breed mogelijk beeld te schetsen van het huidige gedrag in de werksituatie. “Het is mijn opdracht om ervoor te zorgen dat de faculteit Educatie over tien jaar nog steeds een goede faculteit is. Mijn perspectief ten aanzien van de toekomst is dus vaak een ander perspectief dan die van een opleider die vanuit het perspectief van volgend jaar kijkt. Ik kijk veel verder en als je wilt meepraten over de toekomst van een instelling moet je de lagen boven je eigen niveau kennen”, vervolgt De Wolff. “Als ik bij het beantwoorden van de vragen niet nadenk over de drie niveaus boven mij, dan sta ik buiten de werkelijkheid. Ik moet de dilemma’s van het CPB, de minister van Onderwijs en de Tweede Kamer kennen. Dit benader ik in de medezeggenschapraad om met elkaar reëel naar de toekomst te kijken.”

Vooruit kijken is dus belangrijk om bij te blijven. “We zitten met het dilemma dat de maatschappij sneller ontwikkelt dan het onderwijs. Als we niet goed opletten, lopen we achter de ontwikkelingen aan in plaats van dat we meehelpen om die ontwikkelingen vorm te geven”, meent De Wolff. “Dat vraagt van mensen het bewustzijn dat wat we nu in het onderwijs zien gebeuren net zoveel impact heeft als de eerste stoommachine op de toenmalige maatschappij had. De huidige ontwikkelingen op het gebied van ICT zijn belangrijk voor ieder beroep. Het is de vraag wat deze ontwikkelingen van mensen vraagt.” Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs roept onderwijsprofessionals via het platform #Onderwijs2032 niet voor niets op mee te denken hoe leerlingen moeten leren op de school van de toekomst. De Wolff: “We leiden mensen op voor beroepen waarvan het straks nog de vraag is of ze bestaan en in welke vorm dat is, terwijl ICT-ontwikkelingen voor nieuwe banen zorgen.”

Continu ontwikkelen
In bijna veertig jaar onderwijs heeft De Wolff ook geleerd hoe hij de drie in balans kan brengen. “Het is belangrijk om in kaart te brengen wie waarvoor verantwoordelijk is. Er bestaat in het onderwijs nog wel eens de tendens om iets in te vullen als professionele ruimte en te zeggen ‘laat mij maar bepalen wat goed is, dan komt het wel goed’. Voor mij zijn verantwoordelijkheid geven en nemen en verantwoording afleggen belangrijk om de onderdelen van een organisatie in balans te brengen. Er mist eigenlijk nog een vierde factor. In het onderwijs gaat het ook over studenten en in het primair en voortgezet onderwijs over ouders en leerlingen”, meent De Wolff. “Die vierde factor is nodig om het evenwicht daadwerkelijk te realiseren. Je doet het namelijk voor jezelf. Onderwijs moet aansluiten op wat leerlingen, ouders en werkgevers daarvan vragen. Daarom is het voor iedere onderwijsprofessional van belang om met de tijd mee te gaan en in zijn ontwikkeling te investeren.”

Door Twan Epe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>